Principes van geestelijke bescherming

Wanneer we als christen opnieuw geboren worden en gaan behoren tot het Koninkrijk van God, dan ontdekken we ook dat we in oorlog zijn met een vijandig geestelijk koninkrijk – het koninkrijk van satan. Hierin hebben we geen keus. Omdat het koninkrijk waar wij toe behoren in oorlog is, zijn ook wij betrokken in deze oorlog. Ook ontdekken we dat we te maken hebben met verschillende soorten vijanden (zo ook de wereld en het vlees), maar de machtigste en meest geduchte vijand is een koninkrijk van opstandige engelen in de hemelse gewesten, onder het gezag van Gods aartsvijand, satan. Omdat onze vijanden zo machtig zijn, moeten we allemaal gebruik maken van de bescherming die God voor ons beschikbaar heeft gemaakt. In 1 Korinthiërs 11:10 legt Paulus uit dat christelijke vrouwen Bijbels gezien de bescherming nodig hebben van geestelijke autoriteit over hen – gesymboliseerd door een passende hoofdbedekking. Maar dit is slechts één voorbeeld van een principe dat feitelijk opgaat voor alle christenen – zowel mannen als vrouwen. Iedere christen heeft bescherming of ‘bedekking’ nodig, en krijgt die door onder passende, Bijbelse autoriteit te staan.

ONDER GEZAG STAAN

Lucas 7:1-10 vertelt hoe een Romeinse legerhoofdman enkele Joodse oudsten naar Jezus zond om genezing te vragen voor zijn slaaf die op sterven lag. Jezus bood aan om naar de slaaf toe te gaan en te bidden, maar de centurion antwoordde: ,,Heere, doe geen moeite, want ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt; daarom heb ik ook mijzelf niet waardig geacht tot U te komen, maar spreek slechts een woord en mijn knecht moet herstellen. Want ik neem zelf een ondergeschikte plaats in met soldaten onder mij, en ik zeg tot de één: Ga heen, en hij gaat heen, en tot de ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het.” Door te zeggen ,,ik neem zelf een ondergeschikte plaats in’’, erkende de hoofdman dat het gezag van Jezus in de geestelijke wereld vergelijkbaar was met zijn eigen gezag op militair gebied, als centurion in het Romeinse leger. In beide gevallen was hun gezag ontleend aan het feit dat ze zelf onderworpen waren aan een hogere macht. Voor de hoofdman was deze hogere macht de Romeinse keizer. Voor Jezus was het de Vader. Let er ook op dat de hoofdman niet zei – wat velen juist wel gezegd zouden hebben -: Ik heb gezag… maar hij zei: Ik sta onder gezag. Hij bevestigt daarmee een fundamenteel principe van de Bijbel: om gezag te hebben, moet je onder gezag staan. Gezag stroomt altijd van boven naar beneden. In Mattheüs 28:18 zei Jezus, na zijn opstanding: ,,Mij is gegeven alle macht in de hemel en op (de) aarde.” Er zijn gezagslijnen die vanuit God de Vader neerdalen, en via Jezus de Zoon effect hebben op iedere situatie in het heelal. In 1 Korinthiërs 11:3 legt Paulus uit dat er zo’n neerwaartse gezagslijn bestaat die is ontworpen als model voor ieder gezin op aarde. Het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd van de vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God. Het gezag daalt neer van God de Vader door Jezus de Zoon naar de man en door de man naar de vrouw. Maar wat opgaat voor het gezin, is ook van toepassing op alle andere onderdelen van het leven. Het geldt voor alle christenen. Iedere christen heeft de bescherming nodig die je krijgt door onder geestelijke autoriteit te staan. Een christen die niet onder autoriteit staat is een onbeschermde christen.

GEZAG BINNEN DE GEMEENTE

In Efeze 1:22 zegt Paulus dat God Jezus gegeven heeft als Hoofd boven al wat is, aan de gemeente. Het Griekse woord voor kerk is ecclesia. Oorspronkelijk duidde het woord ecclesia op een groep burgers in een stadstaat (zoals Athene) die samen het bestuur van de stad vormden. Toegepast op christenen betekent dit dat Jezus’ verlossende werk doet door Zijn gezag via de gemeente, zijn ecclesia, uit te oefenen. Onder Christus’ autoriteit staan betekent dus automatisch ook: op de juiste manier verbonden zijn met Zijn kerk. We kunnen de bescherming van Jezus’ autoriteit niet opeisen als we het gezag dat Hij gevestigd heeft in Zijn Kerk niet respecteren. Dit wordt duidelijk geïllustreerd bij Paulus’ aanstelling tot apostel. In 1 Timoteüs 1:1 noemt Paulus zichzelf een apostel van Christus Jezus naar de opdracht van God, onze Heiland, en van Christus Jezus, onze Hoop. Het uiteindelijke gezag van Paulus’ apostelschap was een besluit dat de Vader en de Zoon in de hemel genomen hadden. Maar het woord apostel betekent ‘iemand die uitgezonden wordt’. Het apostelschap van Paulus werd daarom pas effectief toen hij ‘uitgezonden werd’ vanuit een plaatselijke gemeente in Antiochië.

In Handelingen 13:1 wordt Paulus (toen nog Saulus) genoemd als één van de vijf mannen die de Bijbel beschrijft als profeten en leraren. Vervolgens leggen de andere drie mannen, in gehoorzaamheid aan de Heilige Geest, de handen op Barnabas en Saulus en zenden hen uit. Vanaf dat moment worden beide mannen voortaan apostelen genoemd (zie Handelingen 14:4,14). Het apostelschap van Paulus was al in de hemel bepaald, maar werd pas effectief toen het erkend werd, en toen ernaar gehandeld werd door een plaatselijke gemeente op aarde. In meer dan vijftig jaar van wereldwijde bediening heb ik altijd gestreefd de autoriteit van Christus door de lokale gemeente te erkennen en te respecteren. Lydia en ik – en daarna Ruth en ik – identificeerden ons altijd met een plaatselijke gemeente, waar ter wereld we ook waren. Als we op reis gingen, werden we officieel uitgezonden uit een gemeente. Wanneer we terugkwamen, brachten we verslag uit aan de gemeente die ons had uitgezonden. Dit is wat Paulus en Barnabas deden in Handelingen 13:3 en 14:26-27. Sommige christenen zoeken een volmaakte gemeente. Ik moet eerlijk bekennen dat ik in meer dan vijftig jaar nog nooit zo’n gemeente gevonden heb. Maar dan moet ik ook bekennen dat áls ik zo’n volmaakte gemeente gevonden had, ik er geen lid van had kunnen worden, want ze zou met mij erbij niet langer volmaakt zijn! Intussen ben ik dankbaar voor al het goede dat ik ontvangen heb door verschillende niet-volmaakte plaatselijke gemeenten.

LEDEN VAN ÉÉN LICHAAM

In Efeze 1:22-23 geeft Paulus nog een tweede beeld van Gods volk hier op aarde. Hij zegt: de gemeente, die Zijn (Christus’) lichaam is. In 1 Korinthiërs 12:27 werkt Paulus dit thema verder uit: Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. Vervolgens gebruikt hij verschillende voorbeelden van het menselijk lichaam om te benadrukken dat we als christenen allemaal onderling van elkaar afhankelijk zijn en dat we elkaar allemaal nodig hebben. Het meest volledige en gezaghebbende beeld van de Kerk als Lichaam van Christus staat in het boek Efeze. Daarom is het zo veelbetekenend dat Paulus door deze hele brief heen over christenen spreekt in het meervoud. Hij zegt eigenlijk niets tegen of over individuele christenen. In Efeze 1:3-12 zegt Paulus bijvoorbeeld: God heeft ons gezegend; Hij heeft ons uitverkoren; Hij heeft ons tevoren ertoe bestemd; Hij heeftons aangenomen, wij hebben de verlossing; ons heeft Hij het geheimenis van Zijn wil doen kennen; in Hem hebben wij het erfdeel ontvangen; wij zouden zijn tot lof Zijner heerlijkheid. Als we de rest van deze brief zorgvuldig lezen, zien we dat dit de boodschap is van het begin tot het eind. Er zijn geen beloften en geen gebeden voor een op zichzelf staand individu. Alleen in de laatste zes regels staat een korte uitzondering: Paulus sluit de brief af met een vraag om speciaal gebed voor zichzelf. Deze focus op het collectieve Lichaam van Christus komt het meest duidelijk naar voren in Efeze 6:10-18, waar Paulus spreekt over onze geestelijke oorlogsvoering. In vers 12 staan alle sleutelwoorden in het meervoud – zowel de woorden die verwijzen naar Gods volk, als de woorden die betrekking hebben op de vijandelijke machten: wij worstelen tegen overheden – machten – wereldbeheersers – boze geesten…Zoals de geestelijke oorlog hier beschreven wordt, is het geen conflict tussen individuen, maar een reusachtige oorlog tussen legers die tegenover elkaar staan. In zo’n oorlog is geen plaats voor ‘eenzame cowboys’ die hun eigen individuele doelen najagen. Voor overwinning is beheerste gezamenlijke actie noodzakelijk; Gods volk dat samenwerkt als leden van één lichaam. Dat vereist discipline en bereidheid zich te onderwerpen aan Bijbelse autoriteit.

TEMIDDEN VAN GROEIENDE WETTELOOSHEID

Eén kenmerk van het einde der tijden waar Jezus zijn discipelen voor waarschuwde, is de wetteloosheid die zou toenemen: …en omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.( Mattheüs 24:12) Jezus gaf aan dat veel christenen zouden worden beïnvloed door deze groeiende wetteloosheid en als gevolg daarvan zou hun liefde voor God en voor Zijn volk verkillen. Het wezen van wetteloosheid is het afwijzen van gezag, een ‘autoriteitsprobleem’. Dit is een duidelijk kenmerk van onze hedendaagse cultuur. Er bestaat een wijdverbreide minachting voor regels of wetten die de individuele vrijheid van de mens belemmeren. Veel mensen zijn heel assertief in het claimen van hun ‘rechten’, maar nemen met tegenzin de verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan op zich. Soms is het gevolg hiervan een toestand die grenst aan anarchie. Als christenen moeten we waken voor deze houding en respect tonen voor rechtmatig wereldlijk gezag. Maar eerst en vooral moeten we een houding ontwikkelen van gehoorzaamheid en eerbied voor God onze Vader en Jezus onze Redder. Deze houding komt tot uitdrukking in een houding van respect en gehoorzaamheid aan Gods woord, de Bijbel. In Johannes 14:23-24 zei Jezus: ,,Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren… Wie Mij niet liefheeft, bewaart mijn woorden niet…” We kunnen stellig beweren dat we van God houden en onze gebeden en preken kunnen lang en prachtig zijn, maar uiteindelijk eren en gehoorzamen we God slechts in die mate waarin we zijn Woord eren en gehoorzamen. Temidden van de heersende wetteloosheid is het gepast een nieuwe, radicale toewijding te maken aan de Bijbel en ons volledig te onderwerpen aan haar gezag. Want elk schriftwoord is van God ingegeven.( 2 Timoteüs 3:16)

Het wezen

ONZE PERSOONLIJKE RELATIES

Onze onderwerping aan God en Zijn Woord zal vooral getest worden op het gebied van onze persoonlijke relaties. Jezus heeft hierover zeer nauwgezette regels gegeven. Over het vergeven van anderen zegt Hij bijvoorbeeld in Marcus 11:25-26: ,,En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeeft. Indien gij echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven.”

En ook aan het einde van het Onze Vader, het voorbeeldgebed dat Jezus zijn discipelen leerde in Mattheüs 6:9-13, voegt Hij deze opmerking toe: ,,Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.” We moeten steeds onthouden dat vergeving geen uiting is van emotie, maar een daad van zelfdiscipline. Hierin worden we geholpen door de Heilige Geest, die een Geest is van kracht, van liefde en van zelfdiscipline.(2 Timoteüs 1:7 (NIV)

Zelfdiscipline is ook nodig om de houding te ontwikkelen die Paulus beschrijft in Efeze 5:21: weest elkander onderdanig in de vreze van Christus. Deze houding van wederzijdse onderworpenheid is de sleutel voor goede relaties, zowel in een gezin als in de gemeente. Christenen die weigeren elkaar te vergeven of zich aan elkaar te onderwerpen, handelen in strijd met de Bijbel. De wortel van hun probleem is wetteloosheid. Ze hebben zich opengesteld voor de heersende geest in de wereld om hen heen. En dat maakt hen onvermijdelijk kwetsbaar voor de kwade engelen die hun meedogenloze vijand zijn in de hemelse gewesten.

DRIE ONVOORWAARDELIJKE EISEN

In de Bijbel onderscheiden we drie heldere, onvoorwaardelijke eisen die God stelt aan alle christenen. De eerste is respect voor Christus’ autoriteit die werkt in en door elke plaatselijke kerk. De tweede eis is onvoorwaardelijke vergeving voor ieder die ons oneerlijk heeft behandeld of heeft pijn gedaan. De derde vereiste is een houding van nederigheid en onderwerping ten opzichte van al onze medechristenen. Een ootmoedige houding is de basis van al onze relaties, en een zij/wij-gevoel slaat een bres in onze geestelijke bescherming.

Gehoorzaamheid op deze drie gebieden brengt christenen onder een bedekking van Bijbels gezag, die hen beschermt tegen de aanvallen van demonen in de hemelse gewesten. Ongehoorzaamheid daarentegen, maakt christenen onvermijdelijk kwetsbaar voor zulke aanvallen. Deze studie schrijf ik vanuit een diepe, persoonlijke bewogenheid en zorg. Op basis van vele jaren ervaring in de gemeente van Christus ben ik ervan overtuigd dat ongehoorzaamheid aan deze drie Bijbelse regels kan leiden tot vreselijke tragedies. Ik geloof dat dit één van de belangrijkste oorzaken is waardoor veel goede, toegewijde dienaren van de Heer gewond zijn geraakt. Ik bid dat God ons zegent met een nieuw respect voor het gezag van Christus, dat Hij gevestigd heeft in Zijn gemeente, en dat Hij in ieder van ons een nieuwe houding schept van vergeving en onderworpenheid.

Bron: Derekprince.nl 

Praat mee!

Plaats hier je reactie..