The f*-word

Sinds een maandje gaat mijn dochter naar de basisschool. Ineens heb ik er een grote, nieuwe sociale kring bij. Want elke ochtend kom ik dezelfde vaders en moeders tegen. En ik vang hier en daar gesprekken tussen ouders op. Zoals dit gesprek van vorige week:

 

Moeder 1: “Ja, in mijn familie wordt Sinterklaas altijd groots gevierd. Het is echt hét feest van het jaar.”

Moeder 2: “O, bij ons ook, hoor. Met surprises en warme chocolademelk, alles erop en eraan.”

Moeder 1: “Maarja, nu hebben mijn ouders bedacht dat Sinterklaas bij ons gevierd moet worden op zondag 4 december.”

Moeder 2: “O, en toen?”

Moeder 1: “Ja, dat doen wij dus gewoon echt niet, hè. Op zóndag, nee, daar ben ik principieel op tegen. Dus ik belde mijn moeder en ik zei: “No fucking way dat wij op zondag Sinterklaas vieren”.”

Flabbergasted

De moeders fietsten hierna vrolijk allebei een andere kant op. Ze lieten mij totaal flabbergasted achter. Ik wist gewoon niet waarover ik nu het meest verontrust moest zijn. Dat Sinterklaas een feest van groot-groter-grootst is geworden. Wat is er mis met een mandarijn in je schoen? Of dat hele volksstammen christenen vasthouden aan de zondag als principiële dag van God. Waar staat dat in de Bijbel dan? Of misschien toch het meest over het achteloze gebruik van ‘the f*-word’. Wat geven we onze kinderen mee? En wat moet ik mijn vierjarige dochter vertellen als ze vraagt wat fucking eigenlijk betekent?

Praat mee!

Plaats hier je reactie..